Wereldkampioen
30.05.2026 – Ryad Merhy (BEL) vs Kevin Lerena (RSA) in Charleroi
Wereldkampioen

« C'est historique. On vient d'entrer un peu plus dans la légende de la boxe Belge. » Ryad Merhy was zich meteen na afloop van zijn puntenzege tegen de Zuid-Afrikaan Kevin Lerena terdege bewust dat hij een historische overwinning had geboekt. Hij had inderdaad geschiedenis geschreven. Aan ons om ze in te kaderen en te bewaren. En dat is geen sinecure in de alsmaar meer verwarrende professionele bokswereld.
Verwarrend, omdat het niet altijd even makkelijk is om uit te maken of een titelhouder ook echt een kampioen is. Er zijn tegenwoordig zoveel titels in het profboksen dat men niet zomaar van die evidentie kan uitgaan. Zo wordt in het profboksen op dit moment algemeen aangenomen dat de wereld in vier al dan niet gelijke delen verdeeld is: een deel behoort de World Boxing Association (WBA, opgericht in 1962) toe, een ander deel is eigendom van de World Boxing Council (WBC, opgericht in 1963), een derde part is voorbehouden aan de International Boxing Federation (IBF, opgericht in 1983) en dan is er tenslotte nog een gebied dat de World Boxing Organization (WBO, opgericht in 1988) toebehoort. Erger dan Gallië ten tijde van Caesar, dat maar in drie was opgedeeld. De International Boxing Organization (IBO) en de International Boxing Association (IBA) zijn voorstander van nog meer verkaveling, maar het lijkt erop dat het bij deze vierdeling zal blijven.
Nu is de vraag of de eigenaar van zo’n wereldtitel ook een wereldkampioen is. Eigenlijk niet, want een echte wereldkampioen zou vandaag de dag de wereldtitel van de vier grote wereldbonden in zijn bezit moeten hebben. Dat is met alle eisen die elke wereldboksbond apart aan zijn kampioen oplegt welhaast niet te doen of toch slechts voor beperkte tijd. Eén algemeen wereldkampioen is nu eenmaal niet in het voordeel van het handeltje dat de wereldbonden elk in hun eigen winkeltje drijven. Het zou dan ook niet fair zijn ten opzichte van een bokser er aan te houden om de trotse bezitter te zijn van alle vier wereldgordels alvorens hem wereldkampioen te noemen. Dus gaan we noodgedwongen mee in de logica van de wereldboksbonden zelf: wie hun wereldtitel in zijn bezit heeft, is wereldkampioen. Zo staat het trouwens - of toch ongeveer - op hun wereldgordels te lezen.
Ook op de wereldgordel die in een broeierig heet Grand Palais van Charleroi op het spel stond en in veilige bewaring was achtergelaten in handen van supervisor Daniel Van de Wiele.
Bridger
Wat er niet op stond – de gewichtsklasse wordt nooit vermeld - was dat het om de wereldgordel in het bridgerweight ging. Bridgerweight of bridgergewicht is de gewichtsklasse die gaat van 90,7 tot 101,6kg (van 200 tot 224lbs). Een spiksplinternieuwe gewichtsklasse waarmee de WBC als eerste kwam aanzetten. Het vormt inderdaad een brug tussen het lichtzwaar of cruiser en het zwaargewicht, maar aan die betekenis dankt ze haar naam niet. Bridgerweight is namelijk genoemd naar Bridger Walker, een jongetje van toen zes jaar oud dat in 2020 zijn vierjarige zusje Brielle redde van een aanval door een Duitse herdershond en daarbij zware verwondingen in het aangezicht opliep. De WBC riep hem in juli 2020 uit tot “honorary champion” en noemde wat later een gewichtsklasse naar hem. Een beetje klef, maar ze hadden nu eenmaal niet veel om handen in volle covid-crisis. 
Foto WBC
Eind 2020 kwamen ze aanzetten met hun eerste ratings in het bridgergewicht. Op nummer één stond de Colombiaan Oscar Rivas. Een allereerste titelgevecht vond plaats op 3 april 2021 in Los Mochis, Mexico. De Cubaan Geovany Bruzon won er na acht ronden op technische beslissing van German Garcia Montes (MEX) en werd zo de eerste en trotse bezitter van de verder obscure WBC Latino Bridgerweight Title. Op 22 oktober 2021 werd er in Montreal, Canada voor het eerst gebokst om de officiële WBC-wereldtitel in het bridgergewicht. Oscar Rivas, de eerste aanvoerder van de rankings, geboren in Buenaventura, Colombia maar woonachtig in Montreal, won er na twaalf ronden unaniem op punten van Ryan Rozicki, een Canadees uit Cape Breton. Niet dat de bridgertrein toen voorgoed vertrokken was. Integendeel, Rivas verscheen sindsdien niet meer in de ring en de kans is groot dat hij dat nooit meer zal doen.
Anderhalf jaar later dook de vacante bridgerwereldtitel op in het Poolse Rzeszow. Łukasz Różański (POL) maakte zich er daar meester van door de Kroaat Alen Babic al in de eerste ronde te stoppen (WTKO1). Op dezelfde plaats, een dik jaar later onderging Różański hetzelfde lot in dezelfde ronde tegen Lawrence Okolie (LTKO1). Inderdaad, Lawrence The Sauce Okolie, de boomlange Brit die in november 2019 Yves Ngabu onttroond had als Europees cruiserkampioen (WTKO7) en daarna ook bij de cruisers de WBO-wereldtitel veroverd had. Die WBO-kroon was hij intussen kwijt aan Chris Billam-Smith (LMD12), dus pakte hij op weg naar de superzwaargewichten even de wereldtitel in het bridgergewicht mee, maar verdedigen deed hij hem nooit.
Geen probleem voor de WBC, want zij hadden intussen een interimkampioen in de coulissen klaar staan: Kevin Lerena. De Zuid-Afrikaan had niet zomaar het statuut van interimaris gekregen. Hij had er moeten om boksen. Een eerste keer op 13 mei 2023 in eigen huis - het Emperors Palace in Kempton Park - tegen niemand minder dan Ryad Merhy. Inzet was de WBC Silver Bridgerweight Title en het recht om voor de echte wereldtitel te boksen. De rechtsvoorstaande Lerena was toen duidelijk de betere. Hij gaf twaalf ronden lang het tempo aan, was actiever en doeltreffender. Merhy van zijn kant liet te veel begaan, bokste te afwachtend en ging nooit echt zijn kans. Eddie Pappoe uit Ghana zag een ruim verschil (118-110), onze Daniel Van de Wiele had een kleiner voordeel (115-113) voor Lerena op zijn puntenbriefje staan. Het Zuid-Afrikaanse jurylid Thabo Spampool zat met 116-112 voor Lerena mooi in het midden en het dichtst bij de waarheid. Een wereldtitelgevecht zat er niet meteen in voor Lerena. Dan maar eerst om de interimtitel gebokst en die gewonnen op punten van Senad Gashi uit Duitsland (WUD12). Toen Okolie aan de WBC liet weten niet langer als hun wereldkampioen door het leven te willen gaan, werd Lerena meteen bereid gevonden om die vacature in te vullen. Eén keer verdedigde Lerena het kleinood: op 1 mei 2025 stopte hij de Oekraïner Serhiy Radchenko in de derde ronde. Waarna een uitstapje naar het echte zwaargewicht volgde dat op punten verloren ging tegen, jawel, Laurence Okolie. Lerena woog 105,2kg , Okolie maar liefst 118,8kg.
Sportief zat het dus snor in Charleroi, want het ging om een rematch en Merhy had de eerste ontmoeting verloren. Maar waren beide boksers ook van het niveau om met recht en rede te kunnen spreken van een echt wereldtitelgevecht? Het antwoord op deze vraag is affirmatief. Zowel Merhy als Lerena hadden hun sporen op mondiaal vlak reeds verdiend. Merhy had er een interessante periode als regulier wereldtitelhouder lichtzwaargewicht bij de WBA gekend en een puntenzege geboekt tegen Tony Yoka, de Olympische kampioen superzwaar van Rio 2016. Lerena van zijn kant had op 3 december 2022 in het stadion van Tottenham Hotspur Daniel Dubois aan het wankelen gebracht door hem in de eerste ronde maar liefst drie keer neer te zetten. Twee ronden later onderging hij hetzelfde lot en nam scheidsrechter Howard Foster hem in bescherming. Daniel Dubois bokste in zijn daaropvolgende partij om de zwaargewichtwereldtitels van Oleksandr Usyk (LTKO9), veroverde de IBF-wereldtitel door een knock-outzege tegen Anthony Joshua (WKO6), mocht nog eens zijn kans gaan tegen Usyk (LKO5) en is op dit eigenste ogenblik WBO-wereldtitelhouder zwaargewicht na winst tegen Fabio Wardley (WTKO11). Lerena tegen Usyk had dus ook bijna gekund.
Lerena vs. Merhy II
Foto Eric T’Kindt
Maar het werd Lerena vs. Merhy II. Een prima partij. Lerena pikte de draad op waar hij die na het einde van hun eerste ontmoeting had achtergelaten en liet zijn rechtervoorhand lopen. Merhy lanceerde enkele korte, snelle series in de openingsronde. Weinig verschil tussen beide kemphanen. Geen giganten, 1.81m voor Merhy, Lerena iets groter, 1.85m. Een gelijkaardig verloop in de tweede ronde. Merhy iets actiever, licht in het voordeel. Echt vuurwerk in het begin van de derde ronde. Merhy liet zijn bommen vliegen en ze landden vol. Lerena moest even aanklampen, maar herstelde en toen Merhy op het einde van de ronde weer vuurwerk lanceerde, had Lerena zijn emmers water klaarstaan om te blussen. Lerena ging door in ronde vier en hield Merhy heel de herneming onder druk. Merhy kwam er niet onderuit. Een sterke ronde van de Zuid-Afrikaan uit Johannesburg. Lerena, sparringpartner en goed bevriend met gewezen wereldkampioen zwaargewicht Tyson Fury, ging voort op zijn elan in ronde vijf, maar Merhy was beter bij de les. Slag om slag. Merhy was defensief sterker, hij gaf er meer, kreeg er minder. Een rechtse hoek van Lerena was wel vol raak. Lerena opende de zesde ronde met een rechtse misser die hem een pirouette deed maken. Merhy trof wel meteen doel met een korte, snelle serie, de sleutel tot succes in deze ronde en deze kamp. Merhy behield het voordeel met nog meer rake series op het eind. Vreemd dat geen enkel jurylid deze ronde aan Merhy gaf, maar toch stond hij halverwege de wedstrijd bij twee van de drie puntenrechters voor (58-56, 58-56 en 56-58).
Merhy startte de tweede helft van de kamp aanvallend. Snelle handen, maar de benen wilden niet altijd mee. Een links-rechtse direct landde nog op de dekking van Lerena, een linkse hoek miste ruim. Lerena keek de slag na, lachte en nam het offensief over. Tot even na de bel zelfs. Lerena verontschuldigde zich meteen. Even verwarring. Merhy zocht de neutrale hoek op, terwijl hij gewoon mocht gaan rusten.
Scheidsrechter Anssi Perajoki trok Lerena nog even aan het oor voor de start van ronde acht. Niet meer na de bel of er volgt wat. Het eerste optreden van de Finse ref, want het was tot dan toe een faire kamp geweest. Merhy nam de wedstrijd in handen en Lerena kwam al snel in de problemen, geraakt als hij werd door de snelle stoten van de Brusselaar. Hij moest afklemmen en wilde zelfs niet meer loslaten, ook al werd hij daar vriendelijk doch dringend toe verzocht door ref Perajoki. Lerena begon ook in lijf-aan-lijf zijn hoofd als een stormram te gebruiken en diende wederom vermaand te worden, maar dat leverde niet meteen beterschap op. Een openbare waarschuwing had gekund, had gemogen, eigenlijk gemoeten.
De rondemiss van dienst hield het bordje omgekeerd, zodat de niet zo aandachtige toeschouwer had kunnen denken dat we nog maar aan ronde zes toe waren, maar het was wel degelijk ronde negen. Een overgangsronde. Merhy had veel energie verbruikt in ronde acht en beperkte zich tot controleren. Lerena was maar wat blij dat hij terug op adem mocht komen. Maar terug in de wedstrijd geraakte hij niet. Ondanks het feit dat Merhy het tempo aanzienlijk diende te laten zakken in de sauna die de zaal was, kon Lerena weinig of niets gedaan krijgen.
Foto Eric T’Kindt
De kampioenschapsronden dan. Scheidsrechter Perajoki gaf beide boksers nog wat goede raad mee voor het begin van de elfde ronde. Kwestie van de kamp in schoonheid te beëindigen. Merhy zette druk, maar niet genoeg. Bovendien kwam de tape rond zijn linkerhandschoen los te zitten, wat nog wat extra zuurstof aan Lerena gaf. Lucht die gebruikte om eindelijk nog eens zelf wat aanvalswerk te verrichten. Niets om Merhy te verontrusten, maar de ronde ging wel naar Lerena.
Twaalfde en laatste ronde. De sfeer was nog altijd sportief en respectvol. Er kon zelfs iets meer dan een touch gloves vanaf. En dan er nog een laatste maal tegenaan. Vooral Merhy dan. Hij pakte meteen uit met een slotoffensief dat Lerena even deed wankelen. Lerena kwam erdoor maar kon zelfs niets meer forceren. Verder dan een gevaarlijk manoeuvre met het hoofd geraakte hij niet. Beiden sleepten zich naar het einde in een stijl hen opgelegd door de vermoeidheid. Tot ze helemaal op het einde nog eens alles op alles zetten en ook toen was Merhy de beste. Geen van beide boksers claimde nadrukkelijk de overwinning. Dat lieten ze wijselijk aan de jury over. Ieder zijn job. Lerena kwam naar de hoek van Merhy om hem te bedanken voor de al bij al sportief verlopen partij. Merhy had intussen zijn dochtertje Amelina bij zich. Een kind in de ring is altijd een voorteken van winst. Een ouder houdt nu eenmaal zijn nakomelingen liefst zo ver mogelijk weg van de nederlaag. De speaker hield de resultaten nog even voor zich, maar ook dat wees op een thuiszege. Anders had hij zeker en vast die kermis achterwege gelaten. Brahim Ait Aadi (BEL) had 112-116, Jon Llona Fernandez (ESP) 111-117 en Thabo Spampool (RSA) 113-115, alle drie in het voordeel van … C'est la mort dans l'âme que je dois vous annoncer que Ryad repartira avec une valise plus lourde ce soir – and the new world champion is Ryad Merhy !!! On est champion du monde. Alsof de Rode Duivels zo even de wereldbeker gewonnen hadden. Maar België had er inderdaad een nieuwe wereldkampioen of in elk geval wereldtitelhouder bij. Applaus van Kevin Lerena voor de terechte winnaar Ryad Merhy.
Foto 12 Rounds Promotion
Dat van die zwaardere valies was overigens niet echt waar, legde supervisor Daniel Van de Wiele ons uit. Merhy mocht voor de pers even pronken met de WBC-gordel van wereldkampioen, maar moest die daarna terug aan Lerena geven. De WBC zou hem wel een gloednieuw exemplaar opsturen met de post. Nog even geduld dus.
Historisch
Organisator Alain Vanackère van 12 Rounds Promotions kon het vooraf niet genoeg benadrukken: Kevin Lerena vs. Ryad Merhy zou het allereerste WBC-wereldtitelgevecht op Belgische bodem bij de mannen zijn. Dat klopte helemaal. Bij de mannen was er in België nog nooit eerder een WBC-wereldtitelgevecht geweest. Wel bij de vrouwen. Tussen 2014 en 2019 bokste Delfine Persoon maar liefst negen keer met succes om de WBC World Lightweight Title in eigen land. Een record dat nog lang stand zal houden.
Maar hoe zat het nu precies bij de mannen? 
Voor het antwoord op die vraag moeten we ver terug in de tijd. Naar de tijd van de International Boxing Union, opgericht in 1913, en niet te verwarren met de International Boxing Union die dateert van 1996. De oorspronkelijke IBU was de allereerste wereldboksbond, opgericht in een tijd dat de sport in het algemeen zich nog volop aan het organiseren was. De IBU was een Frans initiatief. De eerste twee wereldtitelgevechten vonden trouwens plaats in Parijs. Met telkens een Franse kandidaat-wereldkampioen. Op 12 februari 1913 veroverde Georges Carpentier de IBU-wereldtitel in het halfzwaar door een knock-outzege tegen de Brit Bandsman Dick Rice. Klaar in de tweede ronde. Twee maanden later slaagde Eugène Criqui er niet in de IBU-wereldtitel vlieggewicht te winnen. Hij verloor na twintig ronden op punten van Sid Smith, net als Dick Rice een Brit. Zowel Carpentier als Criqui zouden na de Eerste Wereldoorlog de absolute wereldtitel veroveren, een wereldtitel die erkend werd in Europa én de Verenigde Staten. Carpentier in het halfzwaar en Criqui in het pluimgewicht. Wat meteen ook hun waarde en die van de IBU bewijst. Het waren echte wereldkampioenen.
De IBU kon van bij haar begin rekenen op de erkenning en medewerking van de New York State Athletic Commission én zowaar België. De stichtingsvergadering van 1 juni 1913 vond trouwens in de voormiddag plaats in Gent, toen daar later op de dag het eerste officiële Europees kampioenschap zwaargewicht, erkend door de IBU, tussen Georges Carpentier en Bombardier Wells werd betwist. Carpentier won door knock-out in de vierde ronde. Kwamen later nog aansluiten bij de IBU: Zwitserland, Denemarken, Nederland, Italië, Zweden, Noorwegen, Brazilië, Argentinië, Canada en Australië.
De werking van de IBU viel om begrijpelijke redenen stil tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar na den Grooten Oorlog werd de draad weer opgenomen. Op het Europese continent kon de IBU op voldoende steun rekenen. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten waren echter een ander verhaal. De UK was nooit echt lid geweest en in 1922 trok het definitief haar steun aan de IBU in. In de USA vormden dertien staten in 1921 de National Boxing Association (NBA) om tegengewicht te bieden aan de New York State Athletic Commission, die lid was van de IBU. De NBA ging in 1962 wereldwijd en werd de World Boxing Association (WBA), een van de vier wereldboksbonden die vandaag algemeen erkend worden. Maar veel ouder was dus de IBU, die naast wereldtitelgevechten vooral Europese kampioenschappen in zijn portfolio had zitten.
De lijst van IBU-wereldtitelgevechten op Boxrec.com telt in totaal 65 kampen. Dat kan u veel vinden of niet, feit is dat ze officieel erkend werden door de oudste wereldboksbond.
Op die lijst ook enkele Belgen. De eerste die het mocht proberen was Antwerpenaar Staf Roth. Hij verloor op 3 mei 1934 in het Palais des Sports in Parijs zijn kamp om de IBU-wereldtitel middengewicht na vijftien ronden op punten van de Franse titelhouder Marcel Thil en was meteen ook zijn Europese titel middengewicht kwijt.
In zijn volgende kamp veroverde Roth de Belgische titel middengewicht. Hij stopte de tanende titelhouder René Devos in de zevende ronde. Voor Devos was het zijn laatste gevecht in een carrière die meer dan 200 profkampen telde. Geen Belg die ooit meer deed. Bovendien is er nooit nog een andere Belg geweest die zo hardnekkig jacht maakte op een wereldtitelgevecht in de Verenigde Staten. Maar ze hielden hem ginder aan de andere kant van de Atlantische Oceaan aan het lijntje tot hij op 28 december 1928 in de Madison Square Garden in New York op punten verloor van Ace Hudkins. Die had al eens om de wereldtitel in het middengewicht gebokst tegen Mickey Walker en mocht het na zijn overwinning tegen Devos nog eens proberen. Twee keer verloor Hudkins op punten. Devos kreeg nooit een kans, hoewel hij die ruimschoots verdiend had. Te gevaarlijk, moeten de Amerikaanse boksbobo’s geoordeeld hebben. Stel je voor, een Belg die met de wereldkroon in het middengewicht terugkeerde naar Europa. Daar hadden ze geen dollarcent aan. Enig protectionisme was hen dan ook niet bepaald vreemd.
America first. Ook toen al. Dat had tot gevolg dat eind jaren ’20 en in de jaren ’30 het aantal IBU-wereldtitelgevechten toenam. Toegegeven, ze waren niet altijd top. Zo was er op 2 oktober 1935 in Brussel zowaar een IBU-wereldtitelgevecht zwaargewicht tussen de Belgische Europese kampioen Pierre Charles en de Amerikaanse veteraan George Godfrey. Godfrey won na vijftien ronden op punten, maar weigerde de sanctioning fee aan de IBU te betalen en was zijn titel meteen terug kwijt. Ook de IBU had zijn kleine kantjes en voor Godfrey waren op het einde van zijn carrière de centen belangrijker dan de titel. Algemeen werd toen The Cinderella Man Jim Braddock als wereldkampioen zwaargewicht gezien. Het was nog even wachten op Joe Louis.
Vlieggewicht Joseph Kid Davidt werd op 6 januari 1936 gestopt in de vijfde ronde door IBU-wereltitelhouder Valentin Angelmann en daarna was het weer de beurt aan Staf Roth. Niet langer in het middengewicht, ditmaal in het halfzwaar. We nemen u mee terug naar Wenen, naar 1 september 1936:
Het is drummen in de Engelmann Arena. Heel poepsjiek Wenen is uitgelopen om te zien hoe Europees kampioen halfzwaar Heinz Lazek zich tegen Gustaaf Roth ook nog eens tot IBU-wereldkampioen zal kronen. De politie heeft de handen vol om alles en iedereen in goede banen naar de arena te leiden. Geen sinecure met achtduizend toeschouwers met een toegangskaartje en nog enkele honderden zonder.
Roth betreedt als eerste de ring. Een beleefd applaus weerklinkt. Wanneer Lazek zich even later naar de ring begeeft, gaat dak eraf alsof hij de titel al op zak heeft. Tijdens het spelen van de volksliederen valt het verschil in gestalte tussen beide boksers op. Roth weegt 74.5kg voor 1.73m. Lazek weegt bijna vier kilogram meer (78.3kg) en is een halve kop groter. Een middengewicht tegen een echte halfzwaar.
Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Lazek van bij de start probeert zijn lengte- en gewichtsvoordeel uit te spelen maar Roth laat niet begaan. De Antwerpenaar is sneller, technisch superieur en beschikt over meer ringinzicht dan de Wiener. De eerste ronden verlopen nog enigszins evenwichtig. Maar al snel richt de linker van Roth schade aan. In ronde vijf is de linkerwenkbrauw van Lazek al open, terwijl het oog eronder dicht zwelt. Bovendien weet Roth het gevecht op korte of middellange afstand te houden zodat Lazek nauwelijks voordeel kan puren uit zijn grotere reikwijdte.
Even toch, van ronde acht tot en met tien, lijkt het erop dat de Oostenrijker het antwoord gevonden heeft op de strategie van Roth. Hij zet meer druk en lukt enkele directs naar het hoofd, zowel met links als rechts. Niet dat Roth over zich heen laat walsen. Verre van, want in ronde tien is het Lazek die ook aan het rechteroog averij oploopt.
Bij het ingaan van de kampioenschapsronden is het beste eraf bij Lazek. Roth van zijn kant is nog zo fris als bij aanvang en geeft - heel toepasselijk voor een eerste september – boksles tot het einde van de kamp. Lazek bloedt vanaf ronde twaalf ook hevig uit de neus en komt steeds meer in ademnood te zitten. Roth teistert hem langs alle kanten terwijl hijzelf ongrijpbaar blijft. In de vijftiende en laatste ronde treft hij Lazek vol met een rechtse zwaaistoot op het reeds fel gehavende linkeroog. Lazek is volledig het noorden kwijt, Roth gaat voluit door tot de gong een einde maakt aan de kamp.
Over winst en verlies bestaat niet de minste twijfel meer, zelfs niet in de hoofden van de meest fanatieke Oostenrijkers. Wanneer de Italiaanse scheidsrechter Anselmo Villa Roth als overwinnaar aanduidt, weerklinkt dan ook applaus op alle banken. Lazek erkent, sportief als hij is, zijn meerdere in de Antwerpenaar. 
België had dus eindelijk een wereldkampioen boksen. Roth verdedigde zijn IBU-wereldtitel zes keer met succes tot in Rio de Janeiro toe, maar ook in de sportpaleizen van zijn eigen Antwerpen en dat van Brussel en Berlijn. In Brussel tegen rivaal Karel Sys. Die wedstrijd eindigt na vijftien ronden op een onbeslist. Een Belgisch onderonsje? Ja, wat niet wegneemt dat Sys en Roth absolute wereldtoppers waren. Laat daar geen twijfel over bestaan. Zo bokste Sys in juni 1951 in Buenos Aires, Argentinië onbeslist met puncher Archie Moore. Anderhalf jaar later veroverde Moore de wereldtitel in het halfzwaar. Als dat geen keurmerk van waarde is.
Intussen mag ook pluimgewicht Phil Dolhem het proberen, maar hij verliest op 5 oktober 1937 in Algiers na vijftien ronden op punten van de Fransman Maurice Holtzer. 
Volgende in de rij om een zijn wereldkans te gaan is weltergewicht Felix Tisj Wouters. Een risicovolle onderneming:
Manager Raoul Baudoux weet dat hij hoog spel speelt door zijn poulain Felix Wouters tegen Gustav Eder de ring in te sturen met de Europese en de vacante IBU-wereldtitel in het weltergewicht als inzet. Het verleden spreekt namelijk in het voordeel van de Duitser: op Wapenstilstand 1935 in Berlijn nagelde Eder de pas twintigjarige Wouters aan het canvas voor meer dan de volle rekening en behield zo zijn Europese titel bij de welters.
Een succes dat ermee voor gezorgd heeft dat Eder naar Brussel gekomen is. Zijn manager Max Blesgen is er rotsvast van overtuigd dat de zeven jaar oudere Eder jonkie Wouters ook nu zal omleggen.
Het Sportpaleis aan de Louis Bertrandlaan loopt op 16 februari 1938 helemaal vol. Vlamingen, Walen, Brusselaars, Duitsers, Fransen en zelfs Nederlanders vullen de tent tot de nok. Meer dan twaalfduizend toeschouwers. Iedereen wil erbij zijn.
Het gevecht zelf kent een rustige aanloop. Beide boksers kennen elkaar maar geen van beiden neemt een vliegende start. Wouters omdat hij zich hun eerste ontmoeting levendig herinnert; Eder omdat hij naar het schijnt ziek is geweest en bijgevolg niet in topvorm verkeert. De Keulenaar voert wel de aanval. Hij stapt met een gesloten dekking op Wouters toe maar overhaast niets. Wouters doet waar hij goed in is: stopstoten zowel van rechts als links. Een rechtse treft hard en raak. Eder riposteert met enkele korte hoekstoten. Het aangezicht van Wouters kleurt rood.
Toch groeit langzaam maar zeker het vertrouwen bij de Lembekenaar. Eder houdt het midden van de ring maar Wouters draait handig en technisch onderlegd als hij is om Eder heen en pookt met zijn linkse direct.
In de vierde ronde probeert Eder zich op afstand te meten met Wouters maar die verrast hem met een dubbele linkse op de neus. Een succes dat Wouters er toe aanzet om in de vijfde ronde het tempo op te drijven. Eder weet zich geen raad met de Lembeekse linker. Wouters zendt er een harde rechtse achteraan. Het hoofd slaat Eder in de nek. Hij wil onmiddellijk weerwraak nemen maar de gong verhindert dat.
Met nog meer ijver door frustratie trekt Eder in de zesde ronde ten aanval. Weerom loopt hij tegen de linker van Wouters aan. Links hoek op de kaak, rechts direct. Eder maait met hoeken naar het lijf maar mist.
In de zevende ronde brengt Wouters de aanvallen van Eder tot stilstand. Eder neemt een meer afwachtende houding aan en wil Wouters het initiatief opdringen maar de Belg gaat daar niet op in. Hij houdt zich aan zijn gekend en succesvol recept: links direct en zo mogelijk een rechtse erbij.
Komt de negende ronde die de jonge Belg twee jaar eerder fataal werd. Eder hoopt op een herhaling en verhoogt de druk. Deze keer echter is het Wouters die de ronde overtuigend voor zich neemt. Hij countert met links en haalt dan staalhard uit met rechts. Een voltreffer, Eder heeft er last van. Wouters neemt de aanval over tot de bel.
Met nog meer aanvalsdrift gaat Eder tekeer in ronde tien. Wouters neutraliseert al dat geweld door vaardig van op afstand te schermen met zijn linker.
Wouters staat voor op punten. Dat beseft ook Eder. Al in de elfde ronde zet hij zijn slotoffensief in. Een nog wildere jacht op de ongrijpbare Wouters. Hoekstoten treffen doel. Wouters incasseert maar kan toch de schade beperken door zich met zijn linker uit de gevarenzone te schermen. Eder blijft komen. Door te stoten heen, als het niet anders kan. Hij gaat al eens te ver of stoot al eens te laag. Hij doet er alles aan om de verfijnde techniek van Wouters te ontregelen en de beweeglijke beschermeling van Raoul Baudoux tot staan te brengen. Het lukt hem niet. Wouters verkeert in topconditie en trekt in de veertiende ronde het laken weer naar zich toe. Zelfs in lijf-aan-lijf toont hij zich steeds meer de betere van Eder.
Vijftiende en laatste ronde. Eder speelt andermaal alles of niets, ruiter of mis. Hij brengt Wouters met een duwtje uit evenwicht. Een links-rechtse landt op het hoofd van Tich. Lembeek wankelt, Eder volgt. Een rechtse hoek op de kin, Wouters gaat neer in de touwen maar is meteen weer recht. Hij wordt zelfs niet eens geteld door de Nederlandse scheidsrechter Desmedt. Eder wil het afmaken maar gaat al te slordig te werk. Wouters herstelt en haalt zijn rechtse boven. Eder loopt er drie, vier keer vol tegenaan. De strijd woedt voort in alle hevigheid tot na de bel want geen van beide boksers heeft in een zinderend, kolkend Sportpaleis de gong gehoord. Scheidsrechter en speaker moeten tussenbeide komen om de kemphanen te scheiden.
Rest nog de uitslag. Het Belgische jurylid Edouard Vanderstappen geeft het voordeel aan Wouters, met drie punten zelfs. Het Duitse jurylid Max Pippow geeft Eder. Scheidsrechter Desmedt hakt de knoop door: hij heeft Wouters met één punt voorsprong. Wouters behoudt zijn Europese titel en voegt er de IBU-wereldtitel aan toe. Het Sportpaleis is het delirium nabij of althans toch de Belgische supporters, want de aanhangers van Eder zijn het er niet mee eens.
Een verdediging van zijn wereldtitel zat er voor Wouters echter niet in. Op 19 april 1938 vond in Rome een congres plaats waarop de International Boxing Union, de British Boxing Board of Control, de New York State Athletic Commission en de National Boxing Association vertegenwoordigd waren. Zij kwamen overeen om samen nog slechts één wereldkampioen per gewichtsklasse te erkennen en daar was geen enkele IBU-wereldtitelhouder bij. Hun titels werden nietig verklaard. Zij waren niet langer wereldkampioen. Van de acht “algemeen” erkende wereldkampioenen waren er zes Amerikanen, één Puerto Ricaan (een halve Amerikaan dus) en één Brit. De rol van het Europese continent was uitgespeeld.
De IBU zou zich in de toekomst beperken tot de Europese titulatuur. En zo werd Staf Roth de laatste Belg die om een IBU-wereldtitel gekampt had. Op 25 maart 1938 had hij in Berlijn verloren door opgave in de zevende ronde van de Duitser Adolph Heuser. Einde van een tijdperk, einde ook van een ernstige kans op een wereldtitelgevecht voor onze boksers, want België was een te klein land en pugilistiek economisch niet interessant genoeg. We hadden hier na de Tweede Wereldoorlog nochtans wel enkele boksers die een wereldtitelgevecht verdiend hadden. Middengewicht Cyriel Tarzan Delannoit bijvoorbeeld, die won van de latere wereldkampioen middengewicht Marcel Cerdan, Of Jean Sneyers, de Engel van de Ring, Europees kampioen in het vlieg, bantam en pluim. Jammer, maar het was niet anders.
Het was wachten op een nieuwe verkaveling van de wereldtitels in het boksen. Die begon in 1962 met de WBA. In 1963 kwam daar de WBC bij. Twintig jaar later werd de IBF boven het doopvont gehouden en in 1988 maakte de WBO het kwartet volledig. De celdeling zette zich ongenadig voort, maar alleen deze vier konden rekenen op voldoende erkenning.
De eerste Belg die om een volwaardige wereldtitel bij een van de grote vier wereldboksbonden mocht boksen was Jean-Pierre Coopman. Op 20 februari 1976 stond de Leeuw van Vlaanderen in San Juan, Puerto Rico net geen volle vijf ronden in de ring met de Allergrootste en dat is tot nader bericht nog steeds en waarschijnlijk voor altijd Muhammad Ali. Inzet was de wereldtitel in het zwaargewicht. Vijftig jaar geleden waren er nog maar twee wereldboksbonden: de WBA en de WBC. Alleen de WBA erkende het gevecht tussen Ali en Coopman als wereldtitelgevecht. De WBC weigerde dit te doen, zogezegd omdat Coopman een te zwakke tegenstander was. Maakte niets uit, Ali op zich was groter dan alle pugilistieke wereldfederaties samen. Wie toen tegen hem bokste, bokste simpelweg om de wereldtitel in het zwaargewicht. Ali vs. Coopman is nog steeds de beroemdste kamp uit onze vaderlandse boksgeschiedenis en het zal al heel gek moeten lopen, wil daar nog verandering in komen.
Het eerste wereldtitelgevecht bij een van de grote vier dat op Belgische bodem georganiseerd werd, vond plaats in het Palais des Expositions in Namen. Op 2 juni 1989 nam Jean-Marc Renard het daar op tegen de Venezolaan Antonio Esparragoza, de WBA-titelhouder in het pluimgewicht. Na vijf ronden stond Renard bij twee van de drie puntenrechters voor met een punt. Het derde jurylid had een gelijke stand op zijn papiertje staan. In de zesde ronde zette Esparragoza Renard neer voor de volle rekening met een rechts-linkse op de kin. Einde voorstelling. Renard trad nooit meer op.
Slechts één Belg ging Ryad Merhy voor in een WBC-wereldtitelgevecht. Dat was Luikenaar Stéphane Jamoye. Op 23 april 2014 mocht hij ver van huis, in Osaka, Japan, een gooi doen naar de WBC-wereldtitel in het bantam die op dat moment al meer dan twee jaar in handen was van de ongeslagen Japanse southpaw Shinsuke Yamanaka. Jamoye was kansloos, maar toonde een groot strijdershart. Hij ging neer in de tweede ronde, wankelde in de zesde en ging nog eens tweemaal neer in de achtste ronde. Toen hij in de negende ronde nog eens tegen het tapijt ging, maakte de Panamese scheidsrechter Hector Afu een einde aan de ongelijke strijd. 
Een dikke maand later, op 31 mei 2014, kwam Alexander Miskirtchian in Macau, China – ook al in het Verre Oosten dus - het dichtst van alle Belgen bij een wereldtitel bij een van de vier grote wereldboksbonden. Inzet in de Cotai Arena was de IBF-wereldtitel in het pluimgewicht. Die was in handen van de ongeslagen Rus Evgeny Gradovich. In de zesde ronde zette Miskirtchian Gradovich neer met een harde linkse stopstoot. Gradovich kwam meteen weer overeind, maar bij de hervatting bleek hij nog niet helemaal hersteld. De bel was echter te dichtbij voor Miskirtchian om nog meer averij te kunnen aanrichten en uiteindelijk won Gradovich nog unaniem en afgetekend op punten (118-110, 117-110, 117-110).
Vijf jaar later volgde een intermezzo met zowaar Ryad Merhy zelf in de hoofdrol. Merhy veroverde op 19 oktober 2019 de WBA Interim World Cruiserweight Title tegen de ongeslagen Hongaarse veteraan Imre Szello (WKO7). Toen de WBA op 19 januari 2021 de Kazach Beibut Shumenov niet langer als hun reguliere wereldkampioen erkende, werd Merhy gepromoveerd tot regulier wereldkampioen. Maar boven hem kwam superkampioen Arsen Goulamyrian te staan. Merhy had van hem op 24 maart 2018 in Marseille een gevecht om de reguliere WBA-wereldtitel in het cruisergewicht verloren (LTKO11). Niemand minder dan Oleksandr Usyk was toen superkampioen van de WBA in het cruiser. Verwarring alom.
Er zijn echter grenzen. Je kan in de moderne bokssport wel drie wereldtitelhouders bij de andere grote wereldboksbonden naast je hebben, maar heb je in dezelfde bond een superkampioen boven je hoofd, dan kan je moeilijk als legitiem wereldkampioen door het leven gaan. Dan ben je op zijn best een secondary champion. Eerder al, op 13 september 2014, bokste ook Stéphane Jamoye in Manchester om zo’n reguliere WBA-wereldtitel. Hij werd in de derde ronde gestopt door titelverdediger Scott Quigg. Een rechtse opstoot in het lijf. De Brit behield dan wel zijn reguliere WBA-titel, maar net als bij Merhy stond er boven hem een superkampioen, de Cubaan Guillermo Rigondeaux, de echte wereldkampioen.
Ryad Merhy verdedigde zijn reguliere WBA-wereldtitel in het cruisergewicht één enkele keer. Op 17 juli 2021 in het Koning Boudewijnstadion op de Heizel domineerde hij de Chinees Zhaoxin Zhang met sprekend gemak en stopte hem in de achtste ronde. In augustus 2022 liet Merhy officieel weten aan de WBA dat hij zijn titel vrij gaf. Waarna hij het hogerop ging zoeken. Bij de zwaargewichten én in het bridgergewicht.
Waarde
In die spiksplinternieuwe gewichtsklasse is Ryad Merhy nu de trotse eigenaar van de WBC-wereldtitel. Hij is dus de eerste Belg om een echte wereldtitel bij een van de vier grote wereldboksbonden te veroveren. Dat is niet niks, maar wat betekent die titel dan precies? Wat is de waarde van deze wereldtitel in de jongste gewichtsklasse tussen de cruisers en de zwaargewichten? Dat hij werd uitgereikt door de WBC, de grootste en meest gerespecteerde wereldboksbond, strekt tot aanbeveling. Dat behalve de WBC alleen de WBA deze gewichtsklasse erkent, lijkt op het eerste gezicht een goede zaak – hoe minder wereldkampioenen, hoe beter - maar dat IBF en WBO voorlopig achterblijven met die erkenning is eigenlijk niet zo best. De bokswereld is vandaag de dag maar half, als zij niet meedoen.
Bovendien brandt de activiteit in het bridgergewicht bij de WBA maar op een laag pitje. Het begin was ongelukkig. Evgeny Tishchenko (RUS, onterecht gewonnen op punten van Yves Ngabu) en Leon Harth (GER) mochten op 9 december 2023 als eersten een gooi doen naar de WBA-kroon in het bridger. Tishchenko, de Olympisch kampioen zwaargewicht van Rio 2016, won door knock-out in de zesde ronde, maar werd achteraf betrapt op dopinggebruik, zodat de uitslag van de kamp moest worden omgezet in een no contest.
Harth zou een nieuwe kans krijgen, maar eerst was er op 12 juli 2024 Muslim Gadzhimagomedov (RUS) vs. Zhaoxing Zhang (CHN). Inderdaad, de Chinees die in juli 2021 in het Koning Boudewijnstadion op de Heizel voor de bijl ging tegen Ryad Merhy. Merhy stopte hem in de achtste ronde, Gadzhimagomedov was al in vier ronden klaar met Zhang en werd zo de eerste WBA-wereldkampioen in het bridgergewicht. Zijn eerste en enige titelverdediging tot op heden kwam er drie maanden later tegen herkanser Leon Harth. Gadzhimagomedov won unaniem en afgetekend op punten (120-108, 120-108, 120-108). Waarna Gadzhimagomedov vooral actief was in het Olympische boksen, ook al waren de Russen intussen niet meer welkom op de Spelen. In Tokio, toen ze wel nog werden gedoogd, won Gadzhimagomedov, toen regerend wereldkampioen, zilver in het zwaargewicht. Verloren op punten van de Cubaan Julio César La Cruz (5-0). Ook bij Gadzhimagomedov is er een Belgische link. Op de Europese Spelen in Minsk 2019 won Gadzhimagomedov goud. In zijn eerste wedstrijd aldaar schakelde hij Gentenaar Victor Schelstraete uit (5-0).
Een topper in het Olympisch boksen dus, Gadzhimagomedov, de WBA heeft hem nog altijd op hun lijst staan als bridgerweightkampioen. Maar het zou de WBA niet zijn, als ze intussen niet al een interimkampioen zouden hebben. Op 14 februari jl. veroverde Vartan Arutyunyan (RUS) die status door landgenoot Georgiy Yunovidov in de zesde ronde te stoppen.
Tekenen van leven bij de WBA, maar nog steeds niet bij IBF en WBO. Daar ben je boven de 200 lbs. nog steeds meteen zwaargewicht. Daar is niets verkeerd mee. Per slot van rekening zijn niet alle zwaargewichten superzwaar. Denk in de eerste plaats maar aan lineair wereldkampioen Oleksandr Usyk. Die was eerst de beste bij de cruisers en zat onder de bovenlimiet van de bridgers, toen hij op 25 september 2021 Anthony Joshua zijn zwaargewichttitels ontfutselde (WUD12). 100,4kg woog hij toen, tegen 108,9kg voor Joshua. Zelfs toen hij twee jaar geleden Tyson Fury (118,8kg) zijn WBC-wereldtitel afhandig maakte, was hij niet meer dan een bridger (101,4kg). Alleen in zijn laatste drie gevechten bokste Usyk boven het bridgergewicht. 105,8kg in zijn laatste kamp, die tegen Rico Verhoeven (117,3kg), zijn zwaarste ooit. Was ook niet helemaal top tegen de Nederlandse kickbokskampioen.
Usyk illustreert het vrijblijvend karakter van het bridgergewicht. Het is nog lang geen verplichte tussenstop op weg naar de open klasse, die van het zwaargewicht, die van het echte, grote geld. Maar het is een gewichtsklasse met potentieel. Het kan dezelfde weg op gaan als het cruisergewicht meer dan veertig jaar geleden. De cruisers kenden toen ook een sputterende start tot er wereldkampioenen kwamen die enkele malen hun kroon of kronen met succes verdedigden en zo zorgden voor herkenning en erkenning. Bekendste voorbeeld is zonder de minste twijfel Evander Holyfield. Maar dan spreken we natuurlijk over een van de allergrootsten. 
Foto 12 Rounds Promotion
Merhy zelf moet met de hulp van zijn manager Alain Vanackère in staat zijn om enkele succesvolle wereldtitelverdedigingen aan elkaar te rijgen. Zo kan hij het bridgergewicht op de wereldkaart zetten en tegelijk zijn plaats in de Belgische boksgeschiedenis nog meer kleur geven.
Stop de persen!
Bovenstaand artikel was nog maar net klaar of eindredacteur Christophe Neyts hing al aan de bel met groot nieuws: de World Boxing Association schafte met ingang van 30 juni 2026 officieel het bridgergewicht af. Ze heeft haar reguliere titelhouder Muslim Gadzhimagomedov en interimtitelhouder Vartan Arutyunyan laten weten dat ze niet langer titelhouders zijn. Gadzhimagomedov zal vanaf nu terug te vinden zijn in hun ranglijsten bij de cruisers en Arutyunyan bij de zwaargewichten. Een beslissing die naar zeggen van de WBA deel uitmaakte van haar voortdurende inspanningen om haar kampioenschapsstructuur te vereenvoudigen.
Excuseer? De WBA, die al jaren uitblinkt door een gebrek aan transparantie met haar super-, reguliere, interim-, gouden en zelfs geblesseerde kampioenen, gaat plots haar leven beteren? En dat door een volledige gewichtsklasse te schrappen, terwijl ze voorlopig haar wirwar aan wereldtitels ongemoeid laat?
Wat betekent dit voor Ryad Merhy? Volgens manager Alain Vanackère is het een goede zaak dat de WBA ermee ophoudt. Hij bewaart geen al te beste herinneringen aan de bond, waarbij Merhy destijds eerst interim- en vervolgens regulier wereldkampioen bij de cruisers was. Te veel gekonkel achter de schermen.
Na de beslissing van de WBA is Merhy nu de enige bokser ter wereld die nog in het bezit is van een wereldtitel in het bridgergewicht, en dan nog bij de grootste en meest prestigieuze van de vier grote profboksbonden: de WBC.
Een unieke situatie die zich in geen enkele andere gewichtsklasse voordoet. Sla er de lijst van de huidige wereldkampioenen maar eens op na.
https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_current_world_boxing_champions