Pallieter Europees kampioen
06.02.2026 – 50 jaar geleden
Pallieter Europees kampioen

Bron: Erfgoed Brugge
Februari 1976, een van misschien wel de roemrijkste maanden uit de geschiedenis van de Belgische bokssport. Er was natuurlijk Jean-Pierre Coopman die om de wereldtitel in het zwaargewicht bokste tegen Muhammad Ali. Maar eerst was er Fernand Roelands.
België had geen Europese bokskampioen meer gehad sinds bantam Pierre Cossemyns op 13 april 1962 in het Sportpaleis van Brussel zijn Europese titel verloor aan zijn Italiaanse uitdager Piero Rollo, door knock-out in de vijfde ronde. In de veertien jaar die volgden, hadden enkele Belgen wel tevergeefs geprobeerd om de Europese kroon te veroveren. Vlieggewicht Joseph Horney ging eruit in de vijfde ronde tegen de Fransman René Libeer. Jean De Keers verloor drie keer voor de limiet: in het pluim tegen de Engelsman Howard Winstone (LTKO3) en in het superpluim tegen de Italiaan Tommaso Galli (LTKO11) en tegen de Duitser Lothar Abend (LTKO1). Halfzwaar Freddy De Kerpel was in april 1975 de laatste geweest. In Wieze verloor hij van de Italiaan Domenico Adinolfi door opgave in de elfde ronde.
Barabotti
Op 6 februari 1976 ging lichtgewicht Fernand Roelands in thuisstad Brugge zijn kans. Dat op zich was al straf. Roelands, geboren op 28 april 1947, was een late roeping. Hij kwam wel uit een boksfamilie – je kon er een voetbalploegje mee maken – en ging al van zijn veertiende met oom Fredo mee naar de bokszaal van trainer Achiel Wimme in de El Dorado, maar zelf begon hij pas echt met boksen toen hij al 22 was. Om een frankske bij te verdienen. Een natuurtalent, dat een broertje dood had aan trainen, twee broertjes zelfs:
“Als ik moest trainen voor drie ronden, ging ik maar voor drie ronden trainen. En als ik het kon halen met twee slagen, ging ik er geen drie geven. Ik vertrouwde op mijn snelheid en op mijn zicht.”
In 1970 en 1972 werd hij Belgisch kampioen lichtgewicht bij de amateurs en op 10 november 1972 debuteerde hij bij de profs met een knock-outzege tegen Francesco Condello (WKO4).
Drie jaar later was hij nog steeds ongeslagen in twintig kampen. Alleen tegen die andere grote belofte, Gentenaar Rudi Haeck, had hij een onbeslist moeten toestaan. Dan mocht een neoprof als de Italiaan Giancarlo Barabotti geen probleem zijn en dat was hij ook niet tot de vijfde ronde:
“Vier ronden was ik heer en meester in de ring, tot mijn aandacht werd getrokken door een schoon blondje, Arlette, dat luidkeels aan het supporteren was voor mij. Fernand Roelands heeft een kushandje gesmeten en Barabotti heeft een kushandje terug gesmeten en het was op mijn kin. Het was er goed op. Ik heb scheidsrechter Meulenberg niet horen tellen en had hij moeten tellen tot aan duizend, ik ging het nog niet gehoord hebben.”
Roelands knock-out en trainer-manager Achiel Wimme razend:
“Het is zijn schuld geweest en dat van niemand anders. Hij stond voor op punten van hier tot in Blankenberge. Dat blondje deed wat ze wilde doen, ze had per slot van rekening haar toegangskaartje betaald. Dus dat ging niemand wat aan. Maar Fernand had slim genoeg moeten zijn om er niet naar te luisteren.”
Roelands was er kapot van:
“Ik ben er drie dagen ziek van geweest. Ik heb hier drie dagen zitten bleiten. Ging stoppen met boksen. Ik durfde de mensen niet meer onder ogen komen.”
Quero
Maar kijk, een maand later stond hij alweer in de ring en dat op de undercard van het Europees kampioenschap tussen Freddy De Kerpel en Domenico Adinolfi. Zijn tegenstander was de Fransman Georges Cotin, later kampioen van zijn land in het superpluim en lichtgewicht. Ze hadden bij de amateurs al eens tegenover elkaar gestaan en toen was de kamp onbeslist geëindigd. Dit keer won Roelands, voorzichtiger dan voorheen, op punten. De trein stond weer op de sporen. Barabotti was een accident de parcours en een blessing in disguise geweest.
Nadat hij in Kalken Bouchiba Messaoud na de vierde ronde tot opgave gedwongen had, zette Roelands vol koers richting Europese titel. Nog een nederlaag kon hij zich niet permitteren. Tegen de latere Britse kampioen lichtgewicht Alan Richardson was het nipt. Roelands won gevleid op punten. Talent ten over, maar geen conditie en die had Richardson wel.
Begin oktober 1975 maakte de Europese Boksunie bekend dat er vier kandidaten waren voor de Europese titel in het lichtgewicht, die was vrijgegeven door de gewezen Schotse wereldkampioen Ken Buchanan. Halve finales zouden beslissen wie er uiteindelijk om de Europese kroon mochten strijden. De Fransman André Holyk moest het opnemen tegen Jim Watt, ook al een Schot, en Roelands werd gekoppeld aan de Italiaan Vincenzo Quero.
In Brugge probeerden ze wel om Roelands in eigen huis te laten boksen, maar de Italianen waren kapitaalkrachtiger en kregen het organisatierecht. Inrichten deden ze op 14 november 1975 in het Palazzo dello Sport in Milaan. Quero, luid aangemoedigd door vijfduizend tifosi, stormde twee ronden lang, maar Roelands was gewoon te handig en kon twaalf ronden lang naar hartenlust counteren. Dat hadden ook de drie scorende rechters gezien. Roelands unaniem winnaar op punten (met drie en twee keer vier punten verschil) en geplaatst voor een gevecht om de Europese titel in het lichtgewicht.
Tegenstander was André Holyk die eerder al, op 31 oktober, bij hem thuis in Lyon Jim Watt op punten verslagen had. Watt, die in 1979 wereldkampioen lichtgewicht bij de WBC zou worden. Om maar even het niveau te schetsen.
Opmerkelijk dat Roelands tegen Quero plots over een uitstekende conditie beschikte en maar goed ook, want een Europees kampioenschap ging in die tijd, net als de wereldtitelgevechten van toen, nog over vijftien ronden. Roelands pakte het inderdaad anders aan dan voorheen:
“Nu heb ik alles gedaan wat ik moest doen. ’s Morgens gaan lopen, ’s middags gaan trainen bij Club Brugge onder leiding van Ernst Happel en ’s avonds in de zaal vijftien ronden boksen. Maar dat sigaretje blijft erbij. Vroeger smoorde ik drie pakken zware sigaretten, nu kom ik drie, vier dagen toe met één pak lichte sigaretten. Ik weet niet waarom ik het zou moeten laten. Eentje ’s morgens, eentje ’s middags en eentje ’s avonds na mijn eten. Als je genoeg traint, kan dat geen kwaad. Drinken is veel slechter. Je moet dat uitzweten. Vroeger liep ik vijf dagen op zeven dronken. Nu drink ik al zeven maanden niet meer.”
Roelands had zijn leven gebeterd, maar een echt trainingsbeest zou hij nooit worden. Pallieter lag altijd wel ergens op de loer. Mentaal was Roelands echter onwaarschijnlijk sterk:
“Ik ging naar het boksen gelijk naar de kermis. Ik was van niemand benauwd, al was het ene met drie of vier handen. Tijdens de rust vertelde ik mopjes en wees ik Achiel waar de mooie vrouwen zaten in de zaal.”
Collectie Emmanuel Demanet
Holyk
Lyon wilde het Europees kampioenschap binnenhalen, maar met een bod van 1.308.000 Belgische frank (omgerekend 32.400 euro, wat vandaag overeenkomt met meer dan 140.000 euro) haalde Brugge het. Het gevecht zou plaatsvinden op zaterdag, 24 januari 1976 in het Boudewijnpark in Sint-Michiels-Brugge. Maar Holyk kreeg griep, vroeg om uitstel en kreeg dat ook, zodat het EK uiteindelijk pas op vrijdag, 6 februari doorging. Roelands liet er zich niet door uit zijn lood slaan, vond het zelfs niet eens een nadeel, zolang de Fransen hem maar niet probeerden te belazeren.
Kwam de dag van de kamp. Roelands en Holyk wogen minder dan 61,237 kg.
Na de weging ging Roelands zich echter te buiten aan te veel konijn en te veel friet, een maaltijd die hem tijdens de kamp zuur zou opbreken, zodanig dat hij er na afloop zelfs moest van braken. Maar zover zijn we nog niet. Roelands liep nog even langs bij zijn ouders. Moeder was doodsbang, vader kapot van de zenuwen. Hij probeerde hen gerust te stellen. Een Europees kampioenschap was maar een kamp als een ander.
Voor die kamp als een ander waren toch vierduizend toeschouwers afgezakt naar de Oberbayern-zaal van het Boudewijnpark. Ze volgden de wedstrijd met ingehouden adem in een welhaast gewijde stilte. Holyk, rode broek, trok zoals verwacht van bij aanvang in de aanval. De Lyonais leidde in met links en probeerde te volgen met rechts. Roelands, in een groen broekje, ontweek en trachtte te counteren. Af en toe weerklonk een voorzichtig applausje, wanneer de Bruggeling doel trof. Roelands zette een sterke derde ronde neer, moest zoeken naar zijn tweede adem in ronde zeven en acht, maar stond er weer helemaal in ronde negen. De eerste tien ronden waren eigenlijk een lange aanloop naar de kampioenschapsronden. Roelands licht voor op basis van zijn technisch meesterschap? Of Holyk wegens zijn aanhoudende aanvalsdrift? 
Pas vanaf de elfde ronde barstte het gevecht in alle hevigheid los. Roelands pakte uit met rechtse uppercuts die vol doel troffen. Holyk kreeg het moeilijk. De Pallieter in Roelands werd wakker. Breed glimlachend naar zijn tegenstander op het eind van iedere ronde, knipoogje hier, knipoogje daar. Tot wanhoop van trainer Achiel Wimme. Want overmoed komt voor de knal.
Holyk besefte dat hij in de vijftiende en laatste ronde alles op alles moest zetten om nog voor de overwinning in aanmerking te komen, maar ook Wimme wilde dat Roelands nog eens alles gaf. Roelands zelf zag een slotoffensief niet zitten en gaf de voorkeur aan defensief uitboksen. Dat plan verliep naar wens tot Holyk met nog een minuut te gaan eindelijk zijn rechtse vol op de kin van Roelands kon landen. Plotsklaps zag Roelands zes Fransmannen in de ring staan en wist hij niet meer welke hij moest vastgrijpen om tot het einde overeind te blijven. Gelukkig voor hem was Holyk te vermoeid en ging hij te overhaast te werk om nog een knock-out te scoren.
Het gejuich dat na de finale gongslag weerklonk, was niet uitbundig, want de sterke slotronde van Holyk had zelfs bij de ferventste supporters van Roelands twijfel gezaaid. Naar de puntenbriefjes dus. De uitslag liet nog minuten op zich wachten. Spanning alom.
De Duitse scorende scheidsrechter Rudolf Drust had 148-147 staan en ook het Britse jurylid Sid Nathan had het kleinste verschil gezien met 144-143. De Luxemburger Arsène Klopp zag het ruimer met 148-145.
“Winnaar op punten en kampioen van Europa der lichtgewichten … Fernand Roelands!”
Het Boudewijnpark ontplofte, Fernand Roelands sprong een gat in de lucht. België had veertien jaar na Pierre Cossemyns eindelijk weer een Europees bokskampioen. Daar mocht op gedronken worden, een grote fles schuimwijn moest er in de ring bijna volledig aan geloven. Tranen van geluk bij Roelands, zijn vader en moeder. Ook bij zijn echtgenote Liliane, die toen al besefte dat het een lange, woelige nacht zou worden.
Of Roelands die nacht zijn bed heeft gezien, hebben we niet meer kunnen achterhalen. Wat we wel weten, is dat hij de volgende ochtend al om negen uur in het Boudewijnpark was om te helpen met het opbergen van de stoeltjes en het schoonmaken van de zaal. Een halfuur eerder dan nonkel Achiel. Die heeft het mogen uitleggen.
Duran en Fernandez
Roelands in de zevende hemel. Europees kampioen en eindelijk serieus geld verdiend met dat boksen. Een wereld vol mogelijkheden ging open. Een spaarboekje voor zijn kinderen, een nieuw salon voor zijn vrouw, een trofeeënkast voor zichzelf en daarbovenop een ticket om in Puerto Rico te gaan kijken naar Jean-Pierre Coopman tegen Muhammad Ali. Promotor Don King zag wel wat in die schalkse schavuit. Waarom geen gevecht met Roberto Duran, wereldkampioen WBA in het lichtgewicht? Die had wel nog wat werk op de plank, maar daarna zag King wel mogelijkheden voor Roelands. En waarom geen wereldtitelgevecht in België? King was eerder al in België geweest om regelingen te treffen voor The Rumble In The Jungle tussen Ali en George Foreman. Lovely country, vooral la Grand-Place in Brussels had indruk op hem gemaakt. 
Had allemaal gekund, maar het liep anders. Roelands keerde terug naar België. Hij won in aanloop naar zijn eerste titelverdediging in Gent op punten van de Italiaanse kampioen in het superpluim Ugo Poli en in Seraing stopte hij een andere Italiaan, Nedo Fabbri, door blessure in de achtste ronde. Voor de verdediging van zijn Europese kroon moest hij naar Spanje. Lang heeft het daar niet geduurd, die 7de juli 1976 op de Plaza de Toros in Zaragoza. Perico Fernandez, gewezen wereldkampioen WBC in het superlichtgewicht, liet even begaan om dan keihard toe te slaan met rechts. Roelands languit op de planken, toch nog tijdig recht. Even later struikelde Roelands, maar scheidsrechter Amleto Bellagamba was er als de kippen bij om opnieuw te tellen. Nog even verder, maar dan zette Fernandez Roelands vast in zijn eigen hoek en hamerde tot Roelands knie aan grond diende te zetten. Driemaal neer in een en dezelfde ronde, technisch knock-out dus. De Europese titel, die was hij voorgoed kwijt.