Haeck vs Cazeaux

Haeck vs Cazeaux

27.02.2026 – 50 jaar geleden

Kampioen zonder kroon

 

Fernand Roelands Europees kampioen lichtgewicht. Jean-Pierre Coopman tegen Muhammad Ali om de wereldtitel in het zwaargewicht. En nog was februari 1976 niet voorbij.

Net voor het eind van deze voor de Belgische bokssport historische maand kampte Rudy Haeck in Saint-Nazaire tegen de lokale held Roland Cazeaux om de Europese titel in het superpluim. Die titel was vrijgegeven door Svein Erik Paulsen. De Noor was het hogerop gaan zoeken en had intussen thuis in Oslo zijn gevecht om de WBC-wereldtitel tegen kampioen Alfredo Escalera uit Puerto Rico verloren door technisch knock-out in de negende ronde. Escalera, die in zijn volgende kamp op de undercard van Ali vs. Coopman de Dominicaan José Fernandez stopte in de dertiende ronde.

Weg naar EK

Maar terug naar Europa, naar Gentenaar Rudy Haeck, daar geboren op 27 september 1948. Bij de liefhebbers kampioen van België in het bantam in 1967 en twee jaar later in het lichtgewicht. Profdebuut op 22 september 1972 met een zege tegen Francesco Condello. Hij stopte de Italo-Belg in de zesde van zes ronden. In amper een jaar tijd een tien op tien neergezet, maar dan verloren op punten van de Fransman Michel Lefevbre, de latere Franse kampioen in het pluimgewicht. Terug naar af, de wederopbouw verliep gelukkig rustiger.



Op 22 februari 1974 bokste hij in Roeselare zijn eerste topkamp tegen Bruggeling Fernand Roelands. Het treffen tussen de twee grote Belgische beloftes eindigde op een onbeslist. Die van Brugge vonden dat Roelands had moeten winnen, in Gent en omstreken dacht men daar anders over. Roelands weliswaar handiger, maar conditioneel niet opgewassen tegen Haeck. Tot een rematch kwam het echter nooit. Voornaamste reden daarvoor was de overstap van Haeck van het Gentse team van Etienne Goublomme naar de club van Jef Van Driessche in Zele. Die zette met Haeck koers richting Europese titel, een doel dat in tien kampen tijd werd bereikt.

Het was op die weg dat Haeck op 1 februari 1975 voor het eerst de Fransman Roland Cazeaux tegenkwam. Cazeaux nam de beste start, zette Haeck zelfs neer in de derde ronde, maar Haeck ging in de achtervolging, beschikte over de betere uithouding en legde een leeglopende Cazeaux om in de tiende en laatste ronde. Niemand die toen kon vermoeden dat ze een jaar later op een andere plaats met een veel grotere inzet opnieuw tegenover elkaar zouden staan.

In die tussentijd scoorde Rudy een vier op zes. De kamp tegen Jean-Pierre Hainault ging de boeken in als een no contest. Een van die boeken, La Bibbia del Pugilato, vermeldt de reden: "incontro interrotto per mancanza luce". Het licht uitgevallen, uitgegaan of uitgedaan in de vierde ronde. En dan was er nog een onbeslist tegen de Italiaanse kampioen Ugo Poli. Een geval van thuisnadeel. Poli kon zijn geluk niet op. Uiteindelijk zou de kamp tegen de jonge Engelsman Tommy Dunn beslissen over al dan niet om de Europese titel boksen. Geen echte halve finale, zoals dat met Roelands tegen Vincenzo Quero het geval was. Gewoon niet verliezen en Europa was een feit, had Albert Faccenda, afgevaardigde voor België bij de Europese Boksunie, Haeck en zijn manager Van Driessche verzekerd. Dunn, Brits amateurkampioen in het lichtgewicht in 1973, beschikte over een vaardige linker, maar bleek niet opgewassen tegen de druk die Haeck ontplooide, moest aanklampen, kreeg twee publieke vermaningen en verloor op punten. Haeck Europees.

Aan de andere kant van het verhaal zat dus plotseling terug Roland Cazeaux. Die was na zijn nederlaag tegen Haeck Frans kampioen in het superpluim geworden door op punten te winnen van de Frans-Tunesische veteraan Felix Said Brami, van wie hij bij een eerste poging twee jaar eerder nog verloren had. Niet meer verliezen was daarna de boodschap en dat deed Cazeaux ook niet meer. Wel nog een onbeslist moeten toestaan tegen Mario Oliveira (D8), maar dan twee keer winst tegen de neoprofs Sebastian Morales (WP8) en Benjamin Boy Ademola (WKO8).

 

Haeck had Gent ingeruild voor Zele en deze Oost-Vlaamse gemeente tussen Schelde en Durme was te klein en niet kapitaalkrachtig genoeg om een Europees kampioenschap te huisvesten. Dan maar naar Saint-Nazaire, letterlijk de thuishaven van Cazeaux. Naar la Soucoupe, de futuristische sporttempel in de vorm van een vliegende schotel, die op vrijdag, 27 februari 1976 volliep met hoofdzakelijk Franse supporters. Dat verontrustte Haeck niet, want hij had de Fransman al eens eerder omgelegd en bovendien ging het gevecht deze keer over vijftien ronden, extra ronden die in zijn voordeel speelden, want hij beschikte over een veel grotere brandstoftank dan Cazeaux.

L'Equipe

We nemen er de wereldvermaarde Franse sportkrant L'Equipe van de dag erop bij. Het onrecht Haeck aangedaan, staat al in hoofdletters op de cover:



Binnenin wordt het er niet beter op:



"Cazeaux kampioen, Haeck benadeeld", kopte boksverslaggever Raymond Meyer. Hij legde ook in detail uit waarom.

CAZEAUX BETEUGELD

"Het Europees kampioenschap begon onder gunstige voortekenen. Roland Cazeaux zowel als Rudy Haeck spanden zich in — althans aanvankelijk — om op afstand te boksen, eerder dan van dichtbij te vechten.

Beide pugilisten leken evenzeer bereidwillig en geconcentreerd. Maar de Belg, iets groter dan onze vertegenwoordiger en vooral met een grotere reikwijdte, leek Cazeaux met zijn linkse directs veel hinder te berokkenen. Cazeaux slaagde er niet in zijn tegenstander te naderen. Na drie ronden was het verschil tussen beiden niet groot, al had Haeck toch een licht voordeel dankzij zijn grotere ondernemingslust.

De man uit Saint-Nazaire vocht met veel vastberadenheid, maar hij slaagde er nog altijd niet in zijn probleem op te lossen: namelijk zijn rivaal te dwingen tot het gevecht van dichtbij. Haeck, wiens stoten duidelijk krachtiger leken, dwong de Fransman vaak het gevecht te onderbreken en achteruit te wijken.

Zoals de zaken evolueerden, leek de Belg, merkbaar sterker, op weg naar een bijna zekere overwinning toen, in de zesde ronde, onze vertegenwoordiger besloot zijn offensief op te voeren. Een kort ogenblik werd Haeck overspoeld en als hij al de ronde verloor, dan herstelde hij toch snel. De stoten van Cazeaux waren niet krachtig genoeg om hem te verontrusten. Vervolgens, in zijn verlangen het té goed te doen, liet de man uit Saint-Nazaire zich meeslepen in clinches die werden uitgelokt door de slagen van de Belg. Het gevecht, tot dan toe duidelijk, begon te ontaarden.

De helft van de kamp was voorbij en men zag nog altijd niet hoe Cazeaux het tij zou keren en zijn gevecht van dichtbij zou kunnen opleggen. Integendeel, het was hij die in de achtste ronde een harde rechtse hoek op het gezicht te verwerken kreeg, die hem tekende aan het linkeroog.



In de negende ronde kreeg de man uit Saint-Nazaire nog eens drie hoeken in het gezicht te verwerken en verloor hij de ronde, ondanks enkele wanhopige oprispingen.
Roland Cazeaux had niets meer te verliezen en gooide in de tiende ronde moedig al zijn krachten in de weegschaal. De Belg plooide onder het onweer en verloor de ronde, maar hij herstelde tijdens de rust, terwijl de inspanning Cazeaux, die alles op alles had gezet, had uitgeput. Zo kwam het dat in de elfde ronde het de beurt was aan Haeck om het voordeel te nemen en de Fransman te domineren.

De kamp had inmiddels zijn klassiek karakter verloren. Het gevecht werd almaar gewelddadiger en in dit duel, dat in wezen fysiek was geworden, bleef de Belg, vooral dankzij krachtige rechtse uppercuts, het overwicht behouden. Toch was de moed van de kleine Fransman bewonderenswaardig. Hij legde zich niet neer bij de nederlaag en bleef aanvallen, telkens weer, ondanks de droge stopstoten van zijn tegenstander.



Al beschikte Cazeaux niet over de kracht en de macht van zijn tegenstander, hij getuigde  daarentegen van een wonderlijke vitaliteit. Vanaf de twaalfde ronde beet hij zich als een keffertje vast in zijn tegenstander, maar helaas voor hem waren zijn aanvallen wanordelijk en eindigden zij geregeld in lange clinches, waarbij de Britse scheidsrechter, de heer Brimmell, te lang talmde om tussenbeide te komen.

De laatste ronde zagen we een onafgebroken lijf-aan-lijf-gevecht waarin geen van beide mannen erin slaagde zich los te maken. Het publiek moedigde de Fransman furieus aan, maar over het geheel van het gevecht verdiende de Belg de kroon, omwille van zijn doeltreffender en constanter optreden.

Maar tot vreugde van het publiek… en tot verbazing van de waarnemers werd de beslissing toegekend aan onze vertegenwoordiger. Laten we het herhalen: het is een uitermate onrechtvaardige uitslag, maar hoe zouden wij ons, uiteindelijk, er niet over verheugen dat Frankrijk er een Europese kampioen bij heeft, ook al heeft het die niet verdiend."

In de jury deelde alleen de West-Duitse puntenrechter Kurt Halbach (148-147) de visie van Meyer. De andere twee kozen voor thuisbokser Cazeaux. De laks leidende ringrechter Brimmell had 148-147 op zijn puntenbriefje, de Italiaan Marcello Bertini telde in de eindafrekening zelfs drie punten voorsprong voor Cazeaux  (148-145). Un verdict foncièrement injuste.

Jan Van den Berghe in Sport 70: "Het gelaat van loodgieter Roland Cazeaux zag eruit alsof het urenlang met Engelse sleutels was bewerkt, maar rond de pneumatisch gezwollen lippen van de nieuwe Europese kampioen der superpluimgewichten speelde een triomfantelijke glimlach. In de kleedkamer van zijn Belgische opponent, Rudy Haeck, weerklonk geween en tandengeknars."

Louis Ceulemans van Het Nieuwsblad was ook aanwezig in de kleedkamer van Haeck:

"Rudy Haeck zat vele minuten na het verdict met pijn aan de rechterhand en met grote, droevige en niet begrijpende ogen op een stoel. Manager Jef Van Driessche en Albert Faccenda hadden overschot van gelijk, toen zij Haeck verzekerden dat hij met opgeheven hoofd huiswaarts mocht keren. Haeck, nog fris als een hoentje en — in tegenstelling met de nieuwe Europese (worstel)-kampioen — op uitzondering van zijn gebroken hand niet eens getekend, deed het in zijn eerste grote kamp over vijftien rounds verrassend goed. Al bokste hij in het buitenland. Zijn Europees uur zal later wel slaan."

Nooit meer Europees

Maar het uur sloeg nooit meer Europees voor Rudy Haeck. Eens zijn gebroken rechterhand hersteld, begon hij al in april aan de heropbouw met een puntenzege tegen de Fransman Raymond Dautheuille (WP10). Het volgende seizoen startte met overwinningen tegen de Italianen Giuseppe Agata (WP8) en de intussen gewezen Italiaans kampioen superpluim Ugo Poli (WP10). De derde Italiaan Mario Redi was er echter te veel aan. Haeck liep een kaakbeenbreuk op en moest opgeven in de zesde ronde. Een accident de parcours – dat kan zelfs de besten overkomen. Denk maar aan Ali die eerste keer tegen Ken Norton. Maar Haeck herstelde hier niet meer van. In zijn terugkeerkamp op de undercard van het Europees titelgevecht in het zwaargewicht tussen Jean-Pierre Coopman en José Manuel Urtain ging hij al in de eerste ronde knock-out tegen de Spanjaard Miguel Molleda. Coopman werd die avond van 12 maart 1977 Europees kampioen. Haeck moest diezelfde avond zijn Europese droom definitief opbergen.

Roland Cazeaux was tegen die tijd ook al lang geen Europees kampioen meer. Na zijn gestolen zege tegen Haeck had hij bij zijn eerste verdediging zijn titel nog weten te behouden door in Tenerife een onbeslist te scoren tegen Ramon Garcia Marichal. Op 24 september 1976 in Milaan kwamen er echter geen puntenrechters aan te pas. Natale Vezzoli stopte hem in de elfde ronde.

Kleine wraak



Zoals zo vaak in de sport wordt de droom van de vader het lot van de zoon. Jurgen Haeck trad inderdaad in de voetsporen van zijn vader. Op 28 juni 2002 bokste hij in Vannes, op een uurtje rijden van Saint-Nazaire, om de titel van de Europese Unie tegen thuisbokser Christophe Carlier. Niet de EBU-kroon, maar het kleinere hebbeding. Haeck Jr. liet het die avond niet tot rechtvaardige rechters en hun puntenbriefjes komen. Hij legde Carlier al in de tweede ronde om voor meer dan de volle rekening.